Geef mijn hand terug

Bronks - 5de lager - 4de secundair

ma 17 mei 10u00
ma 17 mei 13u30
di 18 mei 10u00
di 18 mei 13u30
Duur: +- 00u55min.



JAN
Als God bestaat
dan is hij een slechte garagist, zegt mijn vader.

JORIS
Jan ik  vind dat je overdrijft.
Je zit hier maar over je ziekte te babbelen 
en het gaat allemaal over ik ik ik
maar hierbuiten... daarbuiten, hé... 
er zijn mensen, die hebben niets!
Beseft ge dat?
Die zijn zo arm!
Die kunnen niet eens een ziekte hebben. 
Zo arm zijn die!
Hebt ge die al horen klagen?

‘Geef mijn hand’ terug is een voorstelling over een ongeneeslijke ziekte, het lot, de kwetsbaarheid van de dingen, de reacties van onhandige omstaanders en alle tragische en komische situaties die daaruit voortvloeien.
Een gesprek tussen twee vrienden.
Zonder taboes en vol humor.

Er kan altijd iets op je hoofd vallen, maar je kan niet altijd een helm opzetten. Of wel?

Enkele jaren geleden kreeg Jan De Brabander, vormgever en scenograaf bij o.a. BRONKS, te horen dat hij een ziekte heeft. Een ziekte met als enige zekerheid dat het alleen maar erger wordt. Hoe erg? Hoe snel? Dat weet niemand. 
Jan vertelde zijn verhaal aan Joris Van den Brande, die er een universele theatertekst uit destilleerde. Joris Hessels en Joris Van den Brande brengen dit kwetsbare verhaal op sublieme wijze.

Meer

Duur: 55 min.
De lesmap kan je hier terugvinden. Meer info en trailer vind je hier terug.

‘Geef mijn hand terug’ werd geselecteerd voor het TheaterFestival 2018.

“Op veel vlakken voel je dat dit verhaal uit het leven is gegrepen, mee geïnspireerd door de ervaringen van Jan De Brabander, de vaste scenograaf en vormgever van het Brusselse theaterhuis BRONKS, die sinds vijf jaar aan Parkinson lijdt. Het maakt van deze voorstelling één van de meest wezenlijke, oprechte producties die we dit seizoen hebben gezien.” 
- Uit het Juryrapport van het TheaterFestival

Credits

Van: Jan de Brabander en Joris Van den Brande 
Tekst: Joris Van den Brande 
Met: Joris Van den Brande en Joris Hessels 
Coach: Tom Dupont 
Techniek: Thomas Clause 
Met de steun van Vlaams Fonds voor de Letteren